Appellanten ontvingen van het college algemene en bijzondere bijstand over diverse perioden, waarbij de uitvoering van de WWB vanaf 2010 door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd overgenomen voor de algemene bijstand. Het college ontving onderzoeksgegevens van de Svb over onroerende zaken op naam van appellanten in Turkije, wat leidde tot besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 2007-2013.
Appellanten voerden aan dat de onderzoeksgegevens onrechtmatig waren verkregen omdat de Svb discrimineerde bij haar onderzoek naar rechtmatigheid van de AIO-aanvulling. De Raad oordeelde echter dat de Svb niet in strijd met het discriminatieverbod had gehandeld en dat het college de gegevens rechtmatig mocht gebruiken.
Het college wijzigde een eerder besluit door intrekking en terugvordering van algemene bijstand vanaf de pensioengerechtigde leeftijd te herroepen, waardoor alleen de bijzondere bijstand overbleef in geschil. De Raad vernietigde de besluiten voor zover zij zien op de intrekking en terugvordering van de algemene bijstand en verklaarde het beroep tegen het nader besluit ongegrond.
Daarnaast veroordeelde de Raad het college in de proceskosten van appellanten en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak bevestigt dat het gebruik van onderzoeksgegevens van de Svb in dit kader niet onrechtmatig is en dat het college niet bevoegd was tot intrekking en terugvordering van algemene bijstand vanaf de pensioengerechtigde leeftijd.