ECLI:NL:CRVB:2021:2653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante heeft zich ziek gemeld met knie-, rug- en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht, gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en wees een verzoek om benoeming van een onafhankelijk medisch deskundige af. Psycholoog Ameling concludeerde geen diagnose te kunnen stellen vanwege inconsistenties in klachten, en de rechtbank vond de diagnose van de behandelend psychiater onvoldoende onderbouwd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, waaronder schending van het vertrouwensbeginsel en het ontbreken van een spreekuuronderzoek door een verzekeringsarts. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat er geen aanleiding was voor een onafhankelijk deskundigenonderzoek, en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagde.
De Raad bevestigde het besluit van het UWV om de WIA-uitkering te weigeren, omdat appellante met de beperkingen uit de Functionele Mogelijkhedenlijst in staat wordt geacht de geselecteerde functies te verrichten. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.