ECLI:NL:CRVB:2021:2656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing beroep tegen beëindiging ziekengeld wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellante was werkzaam als kwaliteitscontroleur en meldde zich ziek met lichamelijke klachten. Het UWV beëindigde haar recht op ziekengeld omdat zij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond, omdat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige voldoende beperkingen hadden vastgesteld en de geduide functies medisch geschikt waren.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen over psychische en schouderklachten, maar leverde zij geen nieuwe medische gegevens aan die het oordeel van de verzekeringsarts konden weerleggen. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en het UWV dat de beperkingen adequaat waren meegenomen en dat de functies passend waren.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.