Uitspraak
17.4908 WMO15
OVERWEGINGEN
.Bij appellant is dit niet het geval.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college van burgemeester en wethouders van Den Helder heeft deze aanvraag afgewezen omdat appellant geen beperkingen vertoont in zijn zelfredzaamheid en participatie. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de zitting bracht de gemachtigde van appellant een nieuw verweer aan dat het onderzoek onzorgvuldig zou zijn geweest, maar dit werd als te laat (tardief) beoordeeld en niet inhoudelijk behandeld.
De Raad oordeelde dat appellant geen beperkingen heeft die recht geven op een maatwerkvoorziening en dat de vrijheid om een hulpverlener te kiezen pas geldt indien men voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de maatwerkvoorziening wordt bevestigd.