ECLI:NL:CRVB:2021:2670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aanspraak op IVA-uitkering wegens onvoldoende volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig leerkracht, heeft een WIA-uitkering aangevraagd en betwist dat zij niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe vanwege een arbeidsongeschiktheid van 69,41%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat er geen medische onderbouwing was voor volledige arbeidsongeschiktheid en de geselecteerde functies medisch geschikt waren.
In hoger beroep herhaalt appellante haar standpunt dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en aanspraak moet maken op een IVA-uitkering. De Centrale Raad van Beroep volgt het oordeel van de rechtbank dat de medische en arbeidsdeskundige rapporten zorgvuldig en voldoende gemotiveerd zijn. De Raad benadrukt dat de beoordeling van arbeidsongeschiktheid gebaseerd is op medisch en arbeidskundig onderzoek en dat nieuwe functies binnen de procedure mogen worden geselecteerd.
De Raad concludeert dat appellante niet voldoet aan de criteria voor volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid zoals bedoeld in de Wet WIA en bevestigt de eerdere uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Appellante wordt niet als volledig en duurzaam arbeidsongeschikt aangemerkt en heeft geen recht op een IVA-uitkering.