ECLI:NL:CRVB:2018:1351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering en vervolguitkering op grond van Wet WIA
Appellante, werkzaam als accountmanager, meldde zich wegens psychische klachten ziek en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek een mate van arbeidsongeschiktheid vast van 74,01% per 23 april 2014, waarop een loongerelateerde WGA-uitkering werd toegekend. Per 21 juli 2014 voldeed appellante niet aan de inkomenseis, waarna het UWV een vervolguitkering toekende met een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de toekenning van de loongerelateerde uitkering ongegrond, maar vernietigde het besluit over de vervolguitkering wegens het ontbreken van een functiebeoordeling. In hoger beroep betoogde appellante dat zij per genoemde data volledig arbeidsongeschikt was en dat de toegewezen functies niet toelaatbaar waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de belastbaarheid niet was overschat. De arbeidskundige selectie van functies was passend en de mate van arbeidsongeschiktheid correct vastgesteld. Het beroep faalde, de aangevallen uitspraak werd bevestigd en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de juiste vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid en wijst het verzoek om schadevergoeding af.