Uitspraak
19 4860 WIA
18 oktober 2019, 18/5251 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een hoger beroep van een werkgever tegen een loonsanctie opgelegd door het Uwv, omdat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen in het tweede spoor heeft verricht voor een werknemer die in Slowakije woont.
De rechtbank had het beroep van de werkgever ongegrond verklaard, en de Centrale Raad van Beroep volgt dit oordeel. De Raad benadrukt dat de regels van de Wet Verbetering Poortwachter onverkort gelden voor Nederlandse werkgevers met werknemers die in het buitenland wonen.
De werkgever stelde dat de arbeidsmogelijkheden van de werknemer marginaal waren en dat re-integratieactiviteiten niet van haar konden worden verlangd. De Raad oordeelt echter dat er wel degelijk mogelijkheden waren, zoals ook door arbeidsdeskundigen was vastgesteld, en dat het beroep daarom niet slaagt.
Het verzoek om schadevergoeding wegens onterechte bekorting van de loonsanctie wordt afgewezen. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.