ECLI:NL:CRVB:2021:27
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wajong-aanvraag terecht afgewezen na herstel motiveringsgebrek door UWV
In deze zaak stond de afwijzing van een Wajong-aanvraag centraal. De Centrale Raad van Beroep had eerder een tussenuitspraak gedaan waarin werd vastgesteld dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd of appellante in staat was om ten minste één uur aaneengesloten te werken. Het UWV werd opgedragen dit gebrek te herstellen.
Naar aanleiding van een aanvullend rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde de Raad dat appellante, ondanks haar intellectuele beperkingen en psychische belastbaarheid, in passende arbeid ten minste één uur zonder begeleiding kan werken. Dit oordeel werd ondersteund door eerdere onderzoeksrapporten en praktijkervaringen van appellante.
Appellante voerde aan dat het onderzoek te beperkt was, maar de Raad vond dat alle relevante medische informatie aanwezig was en dat het ontbreken van een persoonlijk onderhoud niet leidde tot een onzorgvuldige beoordeling.
De Raad vernietigde het eerdere besluit en de aangevallen uitspraak, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit omdat het UWV het gebrek had hersteld en de afwijzing van de Wajong-aanvraag terecht was. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen, maar het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Wajong-aanvraag is terecht afgewezen na herstel van het motiveringsgebrek door het UWV.