ECLI:NL:CRVB:2021:2704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over belastbaarheid en recht op ziekengeld na whiplash
Appellant, laatstelijk werkzaam als operator, meldde zich ziek na een auto-ongeval met klachten als gevolg van een whiplash. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant vanaf 16 april 2019 meer dan 65% van zijn loon kon verdienen en beëindigde het recht op ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat de medische beoordeling zorgvuldig was verricht en dat het tot de competentie van de verzekeringsarts behoort om cognitieve en andere beperkingen vast te stellen. De arbeidsdeskundigen motiveerden dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren voor appellant.
In hoger beroep voerde appellant aan dat psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat een urenbeperking had moeten worden vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische stukken geen aanwijzingen bevatten voor ernstiger psychische klachten dan reeds beoordeeld en dat het verzoek om een onafhankelijk deskundige te benoemen niet gegrond is.
De Raad bevestigt dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de voorbeeldfuncties geschikt zijn en concludeert dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.