ECLI:NL:CRVB:2021:2727
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na medische beoordeling en arbeidsdeskundig onderzoek bevestigd
Appellant, voormalig pakketbezorger, meldde zich ziek op 22 november 2018 en ontving aanvankelijk ziekengeld. Na een eerstejaars ZW-beoordeling in november 2019 concludeerde een verzekeringsarts dat appellant belastbaar was met beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige stelde vast dat appellant niet zijn eigen werk kon verrichten maar nog 92,83% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met andere functies. Het UWV beëindigde daarop het ziekengeld met ingang van 22 december 2019.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig waren en dat het UWV de belastbaarheid juist had ingeschat. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn klachten na twee verkeersongevallen niet correct waren weergegeven en dat de voorgehouden functies niet geschikt waren. De Raad volgde dit niet, omdat appellant geen nieuwe medische informatie had overgelegd en de bestaande rapporten logisch en consistent waren.
De Raad concludeerde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat appellant medisch geschikt was voor de voorgehouden functies en dat het recht op ziekengeld terecht was beëindigd. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de ZW-uitkering door het UWV wordt bevestigd.