ECLI:NL:CRVB:2021:273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, laatstelijk werkzaam als algemeen medewerker, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars beoordeling achtte een verzekeringsarts appellant belastbaar met beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Het UWV beëindigde de uitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen niet waren onderschat.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het ontbreken van een tolk het onderzoek onzorgvuldig maakte en dat zijn beperkingen, waaronder morbide obesitas en ernstige depressie, onderschat waren. Hij verzocht om benoeming van een onafhankelijke verzekeringsarts. Het UWV handhaafde haar standpunt op basis van een recent rapport.
De Raad volgde de rechtbank in haar oordeel dat het onderzoek zorgvuldig was, ook zonder tolk, omdat appellant meerdere malen zelfstandig contact had gehad met het UWV en geen taalproblemen tijdens het onderzoek waren gemeld. De beperkingen waren adequaat vastgesteld, waarbij de fysieke en psychische klachten waren betrokken. De medische stukken ondersteunden geen verdere beperkingen. Het verzoek om een deskundige werd afgewezen wegens voldoende aanwezige medische informatie en geen schending van het equality of arms-beginsel.
De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies passend zijn binnen de beperkingen van appellant en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De Ziektewetuitkering is terecht beëindigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd na een zorgvuldig medisch onderzoek.