Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep van het college niet-ontvankelijk;
- bevestigt de aangevallen uitspraak.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was sinds 2008 werkzaam bij de gemeente Landsmeer en kreeg per 1 maart 2018 ontslag met toepassing van artikel 8:8 van Pro de CAR-UWO. Het college kende een ontslaguitkering en een aanvullende uitkering toe, maar weigerde een na-wettelijke uitkering en een plusvergoeding toe te kennen. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze besluiten, die door het college werden afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond, maar oordeelde dat betrokkene wel recht had op een na-wettelijke uitkering en vernietigde het besluit omtrent de aanvullende uitkering voor zover de na-wettelijke uitkering en reparatie-uitkering werden geweigerd. Het college en betrokkene stelden beiden hoger beroep in.
De Raad oordeelt dat het hoger beroep van het college niet-ontvankelijk is vanwege het ontbreken van een voldoende procesbelang, omdat betrokkene inmiddels elders in vaste dienst is. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat betrokkene geen plusvergoeding toekomt, omdat het college geen overwegend aandeel had in het ontstaan en voortbestaan van de situatie die tot het ontslag leidde. Ook het beroep van betrokkene op een wijziging van de CAR-UWO voor de aanvullende uitkering faalt vanwege het ontbreken van terugwerkende kracht.
De Raad bevestigt daarmee de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep van betrokkene af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.