ECLI:NL:CRVB:2021:2739
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek aansluitende bovenwettelijke werkloosheidsuitkering wegens niet voldoen aan voorwaarden
Appellante was van 1991 tot 2012 werkzaam bij de politie en ontving vanaf 2012 een WW-uitkering en een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering. Na beëindiging van de WW-uitkering in 2015 wegens volledige arbeidsongeschiktheid, werd de bovenwettelijke uitkering beëindigd. In 2017 werd appellante gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard en vroeg zij een aansluitende uitkering aan voor de periode 2017-2024.
De korpschef wees dit verzoek af omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden uit het besluit van 18 februari 2016, waaronder het aanvragen van een WW-uitkering bij het UWV. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellante geen gerechtvaardigde verwachtingen kon ontlenen aan eerdere besluiten, omdat het latere besluit aanvullende voorwaarden stelde en de korpschef een eigen afweging mag maken. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek om een aansluitende bovenwettelijke werkloosheidsuitkering wordt afgewezen omdat niet aan de voorwaarden is voldaan.