ECLI:NL:CRVB:2021:2788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet melden nalatenschap en bankrekening
Appellante ontving sinds april 2016 bijstand op grond van de Participatiewet. Tijdens een rechtmatigheidsonderzoek in 2018 bleek dat zij een onbekende bankrekening op haar naam had met een aanzienlijk saldo, en dat zij aanspraak maakte op de nalatenschap van haar overleden echtgenoot. Appellante heeft deze feiten echter niet gemeld aan het college, waardoor zij haar inlichtingenverplichting schond.
Het college heeft daarop de bijstand ingetrokken en de kosten teruggevorderd. Appellante heeft geweigerd de gevraagde bankafschriften te overleggen en beriep zich op de zogenaamde zesmaandenjurisprudentie, die in dit geval niet van toepassing bleek omdat het hier om een verplichte terugvordering gaat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij recht had op bijstand gedurende de intrekkingsperiode en dat het college terecht heeft gehandeld. Het beroep op een hersteltermijn en de zesmaandenjurisprudentie slaagt niet. De uitspraak wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van nalatenschap en bankrekening.