ECLI:NL:CRVB:2021:2795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak inzake bijstandsrecht
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van een uitspraak van 10 december 2019, waarin het recht op bijstand werd ontzegd. De Raad bevestigde eerder het oordeel van de rechtbank Limburg dat verzoeker onvoldoende had aangetoond hoe hij in zijn levensonderhoud had voorzien voorafgaand aan de aanvraag.
Verzoeker stelde dat hij wel degelijk had aangetoond niet in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien en dat een ruimere beoordeling van zijn financiële situatie tot een eerlijker beeld had geleid. Tevens klaagde hij over onjuiste rapportages door het college.
De Raad oordeelde dat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die voor hem onbekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn vóór de uitspraak van 10 december 2019, zoals vereist in artikel 8:119, eerste lid, Awb. Het verzoek om herziening werd daarom afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen wegens niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 8:119 Awb.