Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2021:2802

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 oktober 2021
Publicatiedatum
11 november 2021
Zaaknummer
21/731 TOZO-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 TOZO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag bedrijfskapitaal TOZO wegens ontbreken bedrijfslasten

Appellant diende op 10 april 2020 een aanvraag in voor bedrijfskapitaal op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag bij besluit van 8 juli 2020 af, een beslissing die bij bezwaar van 3 augustus 2020 werd gehandhaafd. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat appellant niet had aangetoond dat hij bedrijfslasten had waarvoor een bedrijfskrediet zou kunnen worden verstrekt.

Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk bedrijfslasten had, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bewijslast bij appellant ligt om aan te tonen dat hij voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van het bedrijfskrediet. Omdat appellant hierin niet slaagde, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 oktober 2021.

Uitkomst: De aanvraag voor bedrijfskapitaal TOZO wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bedrijfslasten heeft.

Uitspraak

21.731 TOZO-PV

Datum uitspraak: 26 oktober 2021
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 januari 2021, 20/4263 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Zitting hebben: A.B.J. van der Ham als voorzitter en E.J.M. Heijs en J.L. Boxum als leden
Griffier: Y. Al-Qaq
Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. V.E. van Dijk.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellant heeft op 10 april 2020 een aanvraag ingediend om toekenning van bedrijfskapitaal op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo).
Bij besluit van 8 juli 2020, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 3 augustus 2020 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag van appellant afgewezen. Hieraan is ten grondslag gelegd dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 10, eerste lid, van de TOZO, omdat niet is gebleken van bedrijfslasten waarvoor een bedrijfskrediet verstrekt zou kunnen worden.
Op appellant, als aanvrager, rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat hij voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van het gevraagde bedrijfskrediet. Hierin is appellant niet geslaagd. Appellant heeft, ook in hoger beroep, niet aannemelijk gemaakt dat hij bedrijfslasten heeft. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, maakt dit niet anders.
Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) Y Al-Qaq (getekend) A.B.J. van der Ham