Uitspraak
18.3722 PW-PV
Griffier: B. Beerens
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak stond de toepassing van de kostendelersnorm centraal voor een inwonende zoon van 21 jaar die vanwege psychische problemen niet in staat is om te werken en geen bijstand wilde aanvragen. Appellanten voerden aan dat de gezamenlijke kosten niet met zoon C gedeeld konden worden vanwege zijn situatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de kostendelersnorm volgens artikel 22a van de Participatiewet van toepassing is op personen van 21 jaar of ouder die in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben. Het feit dat zoon C geen inkomen heeft en niet bijdraagt aan de kosten, leidt niet tot uitzondering op deze norm.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat de wetgever met de kostendelersnorm beoogt rekening te houden met het voordeel van het delen van kosten, ongeacht de feitelijke kostenverdeling. Ook is geen grond voor afwijking wegens onbillijkheid van overwegende aard. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De kostendelersnorm blijft van toepassing ondanks de psychische problemen en het ontbreken van inkomen van de inwonende zoon.