ECLI:NL:CRVB:2016:3875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij gezamenlijke bewoning ondanks mantelzorgsituatie
Appellante woont bij haar broer en schoonzus en ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet. Het college heeft haar bijstand verlaagd door toepassing van de kostendelersnorm, omdat zij samenwoont met meerderjarige personen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep.
De Raad overweegt dat de kostendelersnorm bedoeld is om rekening te houden met schaalvoordelen van gezamenlijke bewoning en dat de aard van het inkomen of het feitelijk delen van kosten niet relevant is. De wetgever heeft bewust mantelzorgsituaties niet uitgezonderd van de kostendelersnorm. Appellante voerde extra kosten aan vanwege mantelzorg en haar jonggehandicapte status, maar dit wordt niet als grond voor uitzondering erkend.
Ook het argument dat er geen stapeling van uitkeringen binnen de woning is, leidt niet tot een andere uitkomst. Het beroep op artikel 26 IVBPR Pro is te laat ingebracht en wordt niet behandeld. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en wijst het hoger beroep en verzoek om schadevergoeding af.