ECLI:NL:CRVB:2021:2871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar per 1 januari 2018 minder dan 35% arbeidsongeschikt te verklaren en haar daarom geen WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank had reeds geoordeeld dat er geen twijfel bestaat over de medische toestand van appellante op de beoordelingsdatum en dat de geselecteerde functies passend zijn.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat vanwege haar Somatisch Onverklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) meer beperkingen in haar Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgenomen hadden moeten worden. Dit standpunt wordt door de Centrale Raad van Beroep niet gevolgd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de SOLK-problematiek meegewogen en de FML aangepast met psychische en lichamelijke beperkingen. Appellante kon ter zitting niet aantonen dat haar klachten onvoldoende in de FML zijn verwerkt.
De Raad onderschrijft de eerdere oordelen dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld op minder dan 35% en dat de voor appellante geselecteerde functies passend zijn. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigert de WIA-uitkering toe te kennen.