ECLI:NL:CRVB:2021:2877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na achttiende jaar
Appellant heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd wegens een nieraandoening, jicht en psychische klachten. Het UWV heeft deze aanvragen afgewezen omdat appellant over arbeidsvermogen beschikt en er geen sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid door dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar na zijn achttiende jaar.
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard en geoordeeld dat de verzekeringsartsen hun standpunt overtuigend hebben gemotiveerd. Er zijn geen nieuwe medische feiten of omstandigheden die wijzen op toegenomen beperkingen door dezelfde ziekte. De psychische klachten, waaronder een depressie, zijn pas na het achttiende jaar ontstaan en gelden als een nieuwe ziekteoorzaak.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn klachten zijn onderschat en dat de depressie al sinds zijn jeugd bestond. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en ziet geen aanleiding een deskundige te benoemen. De depressie wordt als nieuwe ziekteoorzaak beschouwd, waarop het UWV een nieuw besluit heeft genomen.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de aangevallen uitspraak. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het nieuwe besluit van het UWV, waarover nog zal worden beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.