ECLI:NL:CRVB:2024:1300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellant heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd wegens een nieraandoening, jicht en een depressie die tijdens zijn studie ontstond. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft steeds geweigerd de uitkering toe te kennen omdat appellant op zijn achttiende en op de aanvraagdatum over arbeidsvermogen beschikte of dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was.
De rechtbank heeft het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. Zij vond dat de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen voldoende hadden gemotiveerd dat appellant weliswaar tijdelijk geen arbeidsvermogen heeft, maar dat dit niet duurzaam is omdat er nog behandelopties zijn, zoals medicatie en psychologische begeleiding. De rechtbank concludeerde dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde voor het standpunt dat zijn situatie duurzaam is.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt en verzocht hij een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht het besluit van het Uwv bevestigde. De medische situatie van appellant was onveranderd en de depressieve klachten kunnen adequaat worden behandeld. De informatie over osteoporose uit 2023 was niet relevant voor de datum in geschil. Het verzoek om een deskundige werd afgewezen.
Het hoger beroep werd verworpen, waardoor de weigering van de Wajong-uitkering in stand blijft en appellant geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.