ECLI:NL:CRVB:2021:2894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling Wajong-uitkering bij laattijdige aanvraag en gebrek aan medische gegevens
Appellante, geboren in 1957, diende in 2018 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering. Het UWV wees deze af vanwege het ontbreken van objectiveerbare medische gegevens over haar belastbaarheid op de relevante leeftijd, mede omdat de aanvraag 42 jaar na dato werd ingediend.
De rechtbank stelde vast dat het beoordelingskader van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) van toepassing is, waarbij de datum van 1 oktober 1976 als beoordelingsmoment geldt. Het UWV kon de arbeidsongeschiktheid niet vaststellen door het ontbreken van medische informatie uit die periode.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij al voor haar achttiende jaar aan ADHD leed en dat zij beperkingen had die recht gaven op een uitkering. Zij overlegde schoolrapporten, een gedeeltelijke ontheffing van de leerplicht en een psychiatrische verklaring. De Raad oordeelde echter dat deze gegevens onvoldoende zijn om de belastbaarheid op de beoordelingsdatum vast te stellen.
De Raad volgde het UWV en de verzekeringsarts in het standpunt dat de bewijsnood door de late aanvraag voor rekening en risico van appellante komt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd wegens ontbreken van medische gegevens over belastbaarheid op de beoordelingsdatum.