ECLI:NL:CRVB:2021:2911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet betalen griffierecht ongegrond verklaard
Verzoekster had een verzoek om herziening van een eerdere uitspraak ingediend, maar dit verzoek werd op 8 april 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat zij het griffierecht niet had voldaan. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze beslissing en stelde dat haar ernstige gezondheidsproblemen en financiële situatie het betalen van het griffierecht onmogelijk maakten.
De Raad heeft beoordeeld dat verzoekster niet voldeed aan de criteria voor vrijstelling van griffierecht, omdat haar netto-inkomen hoger was dan 90% van de bijstandsnorm en zij niet voldeed aan de voorwaarden voor betalingsonmacht. De Raad hanteert vaste criteria voor het beoordelen van betalingsonmacht, waarbij alleen het inkomen en vermogen worden meegewogen, niet de schulden of uitgaven.
De Raad concludeerde dat de juiste procedure was gevolgd en dat het verzet ongegrond was. Er werd geen aanleiding gezien om verzoekster te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter J.C. Boeree op 19 november 2021.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet betalen van griffierecht wordt ongegrond verklaard.