ECLI:NL:CRVB:2021:2951
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toekenning uitkeringen op grond van de Wuv voor naoorlogse generatie
Appellante, geboren in 1966, verzocht in januari 2021 om toekenning van uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), met verwijzing naar de oorlogservaringen van haar vader. Verweerder wees het verzoek af omdat appellante na de oorlogsjaren is geboren en de Wuv sinds 15 juli 1994 niet meer openstaat voor de naoorlogse generatie.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat sinds de wetswijziging in 1994 alleen personen die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 in omstandigheden verkeerden die vergelijkbaar zijn met vervolging, nog in aanmerking kunnen komen voor gelijkstelling met de vervolgde. Appellante voldoet hier niet aan omdat zij ruim na de oorlog is geboren en bovendien geen aanvraag heeft ingediend vóór de wetswijziging, wat een vereiste is voor het ontstaan van aanspraken.
Het beroep op bijzondere omstandigheden en de hardheidsclausule in artikel 3, tweede lid, van de Wuv wordt verworpen omdat deze bepaling al een uitzondering vormt en verruiming van het toepassingsbereik niet mogelijk is. Het feit dat appellante bewust heeft afgezien van een eerdere aanvraag leidt niet tot onbillijkheid van overwegende aard.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aanvraag op grond van de Wuv wordt afgewezen.