ECLI:NL:CRVB:2021:2984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 48,11% in WIA-procedure
Appellant, voormalig chauffeur, meldde zich arbeidsongeschikt na een auto-ongeval en later na een hartinfarct. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 48,11% per 6 februari 2019, gebaseerd op medische en arbeidsdeskundige rapporten. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het onderzoek onvoldoende was, met name over PTSS, cannabisgebruik, obesitas en lichamelijke klachten, en dat hij de geselecteerde functies niet kon verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zich mocht baseren op zorgvuldige medische rapporten zonder tegenstrijdigheden. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en vond dat appellant zijn stellingen niet met nieuwe medische informatie had onderbouwd. De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies medisch passend zijn en geen verhoogd persoonlijk risico inhouden.
Het aanvullende rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep verduidelijkte dat de functies geen verhoogd persoonlijk risico met zich meebrengen, ondanks het werken met machines en papier. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid 48,11% bedraagt en dat de geselecteerde functies passend zijn zonder verhoogd persoonlijk risico.