ECLI:NL:CRVB:2021:2987
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit Wmo 2015 over maatwerkvoorziening begeleiding en dagbesteding
Appellant, geboren in 1993 en met psychiatrische aandoeningen, vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Waterland om hulp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college kende hem een maatwerkvoorziening toe bestaande uit individuele begeleiding door professionele en niet-professionele hulpverleners en dagbesteding inclusief vervoer, verstrekt via een persoonsgebonden budget.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat het college geen objectief en zorgvuldig onderzoek had verricht en dat hij meer ondersteuning nodig had, waarbij ook zijn ouders professionele taken zouden kunnen overnemen. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond, gesteund op een medisch advies dat professionele begeleiding noodzakelijk achtte voor het vergroten van zelfredzaamheid.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college wel degelijk zorgvuldig onderzoek had gedaan, inclusief huisbezoek en medisch advies, en dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat het aantal uren begeleiding onvoldoende was of dat professionele hulp niet nodig was.
De brief van de psychiater van appellant uit 2020 ondersteunde juist het belang van professionele begeleiding om zelfstandigheid te vergroten. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het college en wijst het hoger beroep af.