ECLI:NL:CRVB:2021:2997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld na herhaalde ziekmeldingen
Appellant, werkzaam als [naam beroep], heeft zich meerdere malen ziekgemeld met toegenomen klachten. Het Uwv heeft op basis van verzekeringsgeneeskundige onderzoeken vastgesteld dat appellant per 5 juli 2018, 9 juli 2018, 26 oktober 2018 en 31 januari 2019 geen recht meer heeft op ziekengeld. De rechtbank heeft deze besluiten bevestigd en geoordeeld dat de medische rapporten zorgvuldig en voldoende gemotiveerd zijn.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de onderzoeken onzorgvuldig waren en dat zijn lichamelijke en geestelijke beperkingen onvoldoende zijn meegewogen. Hij noemde onder meer rugklachten, nekkrampen, pijnklachten, medicatiebijwerkingen en psychische klachten. De Raad heeft overwogen dat het bij de beoordeling gaat om objectief vastgestelde beperkingen en niet om de subjectieve beleving van appellant. Tevens is geoordeeld dat de bedrijfsartsbeoordeling uit 2016 en latere medische informatie niet relevant is voor de data in geschil.
De Raad concludeert dat appellant per alle vier de data in staat is om ten minste één van de bij de WAO-beoordeling geduide functies te verrichten, waaronder rugsparend werk. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om ziekengeld en schadevergoeding wordt afgewezen.