ECLI:NL:CRVB:2021:3029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds augustus 2017 werkzaam als controleur/logistiek medewerker en meldde zich in september 2017 ziek met rugklachten. In maart 2019 werd Morbus Ménière vastgesteld. Het UWV weigerde in juli 2019 een WIA-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met de rugklachten en de aandoening van het evenwichtsorgaan. De rechtbank verwierp ook het verzoek om een deskundige in te schakelen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren tegen het medisch oordeel en vroeg om inschakeling van een deskundige. De Centrale Raad van Beroep volgde echter het oordeel van de rechtbank en het UWV, oordeelde dat de medische beperkingen correct waren vastgesteld en dat de aanvullende stukken geen aanleiding gaven tot twijfel. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.