ECLI:NL:CRVB:2021:3032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van behandelend rechter in hoger beroep UWV-zaak
Verzoekster stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam in een zaak tegen het UWV. Tijdens de zitting op 29 september 2021 vroeg verzoekster om wraking van de behandelend rechter wegens vermeende vooringenomenheid.
De wrakingsgrond was gebaseerd op het oordeel dat de rechter al een standpunt had ingenomen ten gunste van het UWV door te stellen dat verzekeringsartsen niet gebonden zijn aan professionele standaarden, zonder hierover vragen te stellen aan het UWV.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen bij uitzonderlijke omstandigheden het vermoeden kan wijken. Het stellen van kritische vragen en het bepalen van het zittingsverloop behoren tot de taak van de rechter. Uit het proces-verbaal bleek dat de rechter ook kritische vragen stelde aan beide partijen en gebonden was aan de rechtsvraag.
De Raad concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en wees het wrakingsverzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.