Uitspraak
21.2046 ZW
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een Ziektewetuitkering wegens zwangerschapsklachten en werd medisch en arbeidskundig beoordeeld door het UWV. Uit het onderzoek bleek dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen met aangepaste functies, waarna het UWV haar uitkering beëindigde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist waren vastgesteld. Appellante stelde in hoger beroep dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen onjuist waren vastgesteld, mede op grond van nieuwe medische rapporten en diagnoses.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV voldoende rekening had gehouden met alle beperkingen en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Nieuwe medische stukken en diagnoses die na de beoordelingsdatum waren gesteld, konden het oordeel niet aantasten. De Raad wees het verzoek om een onafhankelijk deskundige af en bevestigde de beëindiging van de uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering van appellante.