ECLI:NL:CRVB:2021:3172

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 december 2021
Publicatiedatum
15 december 2021
Zaaknummer
20/4199 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV met proceskostenveroordeling

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant inzake een WIA-zaak. Het UWV nam op 23 december 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee het volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in.

De Centrale Raad van Beroep liet het onderzoek ter zitting achterwege en sloot het onderzoek. Op verzoek van appellant veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten die appellant redelijkerwijs had moeten maken voor de rechtsbijstand in beroep en hoger beroep.

De proceskostenvergoeding werd begroot op in totaal € 2.244,-, bestaande uit € 1.496,- voor het beroep en € 748,- voor het hoger beroep. Vergoeding van griffierechten kan appellant rechtstreeks bij het UWV claimen. De uitspraak werd gedaan door F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, op 15 december 2021.

Uitkomst: Hoger beroep ingetrokken na gewijzigde beslissing UWV; UWV veroordeeld tot vergoeding proceskosten van € 2.244,-

Uitspraak

Datum uitspraak: 15 december 2021
20/4199 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van
11 november 2020, 19/1690 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft [naam] hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 23 december 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Per fax van 26 januari 2021 heeft mr. Ouwerkerk-Hoogendonk, als opvolgend gemachtigde, namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruikgemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 23 december 2020 volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen.
Aangezien het Uwv de gemaakte kosten in de bezwaarfase inmiddels heeft vergoed, moet de Raad alleen nog oordelen over de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken voor de aan hem verleende rechtsbijstand. Deze proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.496,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 748,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding dus € 2.244,-.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.244,-.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 december 2021.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) H. Alajai
GdJ