ECLI:NL:CRVB:2021:320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- J.T.H. Zimmerman
- M.E. Fortuin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidsbeoordeling en herstel van FML-beperkingen door UWV
Betrokkene meldde zich ziek vanwege psychische klachten en een voetletsel, waarna het UWV haar arbeidsongeschiktheid beoordeelde en een WIA-uitkering toekende met beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank stelde een onafhankelijke deskundige aan die beperkingen op het gebied van knielen, hurken en het hanteren van lichte voorwerpen bevestigde, maar het UWV volgde dit niet volledig. De rechtbank oordeelde dat het UWV een motiveringsgebrek had en het besluit moest herstellen.
In hoger beroep betoogde het UWV dat de deskundige niet bevoegd was om beperkingen in de FML vast te stellen, terwijl betrokkene stelde dat haar beperkingen verder gingen dan vastgesteld. De Raad volgde de deskundige en oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd om daarvan af te wijken.
De Raad bevestigde dat de maatman correct was vastgesteld op de functie beleidsmedewerkster en dat de psychische klachten adequaat waren meegenomen. Het hoger beroep van beide partijen werd verworpen, het UWV werd opgedragen het besluit te herzien en werd veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraken en wijst de hoger beroepen af, met opdracht aan het UWV het besluit te herstellen.