ECLI:NL:CRVB:2021:3203

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 december 2021
Publicatiedatum
20 december 2021
Zaaknummer
18/557 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 AwbArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 8 Besluit tarieven in strafzaken 2003
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling

Appellant had bezwaar gemaakt tegen een beslissing van het UWV en was in beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek zonder zitting gesloten en overwogen dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan (UWV) bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de bezwaren kan worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

De Raad heeft de proceskosten begroot op in totaal €4.704,14, bestaande uit kosten voor bezwaar, beroep, hoger beroep, medische informatie en gedeeltelijke vergoeding van medische kosten van de verzekeringsarts. De nota van 15 februari 2018 is niet vergoed wegens ontbreken van schriftelijke vastlegging. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 20 december 2021.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €4.704,14 aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

18.557 WIA

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 18 december 2017, 17/1765 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
[naam BV] te [vestigingsplaats] (derde belanghebbende)
Datum uitspraak: 20 december 2021
PROCESVERLOOP
De Raad heeft op 17 maart 2021 een tussenuitspraak gedaan, gepubliceerd onder ECLI:NL:CRVB:2021:597.
Het Uwv heeft op 23 april 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 4 mei 2021 heeft mr. I.T.A. Duijs namens appellant het hoger beroep ingetrokken en aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Appellant heeft verzocht om vergoeding voor het indienen van het bezwaarschrift met bijbehorende medische informatie en het bijwonen van de hoorzitting, voor het indienen van het beroep en het bijwonen van een zitting en voor het indienen van het hoger beroep. Tevens heeft appellant om vergoeding van de kosten gemaakt in beroep en hoger beroep voor de inzet van H.M.Th. Offermans, verzekeringsarts op 13 september 2017, 15 februari 2018 en 8 november 2018.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 1.068,- in bezwaar (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting), € 1.496,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 748,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift) voor verleende rechtsbijstand.
Voor het indienen van medische informatie in bezwaar komt (€ 90,90 + € 79,73 + € 77,10=) € 247,73 voor toewijzing in aanmerking.
Met betrekking tot de vordering van de medische kosten van Offermans, verzekeringsarts, komen deze kosten gedeeltelijk voor toewijzing in aanmerking. De nota van 15 februari 2018 komt niet voor vergoeding in aanmerking omdat dit advies niet in een voor de Raad kenbaar schriftelijk stuk is neergelegd (zie de uitspraak van de Raad van 18 september 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AF0207). Gelet op artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bpb en gelet op het in artikel 8 van Pro Besluit tarieven in strafzaken 2003 (Bts) geldende tarief, wordt voor de nota’s van 13 september 2017 en 8 november 2018 uitgegaan van een uurtarief van € 121,95 voor 2017 en € 122,63 voor 2018. Door Offermans is 6,75 uur besteed in 2017 (€ 996,03, inclusief omzetbelasting ) en 1 uur in 2018 (€ 148,38, inclusief omzetbelasting) zodat hiervoor in totaal een vergoeding van € 1.144,41 (inclusief omzetbelasting) voor toewijzing in aanmerking komt.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 4.704,14.
Deze uitspraak is gedaan door E. Dijt, in tegenwoordigheid van S.C. Scholten als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 december 2021.
(getekend) E. Dijt
(getekend) S.C. Scholten