ECLI:NL:CRVB:2021:3222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag scootmobiel wegens ontbreken medische noodzaak bevestigd
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een scootmobiel, welke door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het college ten onrechte zijn aanvraag had afgewezen omdat hij vanwege zijn vervoersproblemen een scootmobiel nodig had.
De Raad baseert zich op medische adviezen van Treve waarin wordt geconcludeerd dat er geen tijdelijke of structurele noodzaak is voor een scootmobiel. Appellant kan zich met fiets, brommer en auto verplaatsen en kan ongeveer 100 meter lopen zonder hulpmiddelen. Zijn stellingen over het niet kunnen lopen naar de bushalte en het niet kunnen wachten op de bus zijn niet met medische stukken onderbouwd. Ook de stelling dat lopen en staan tot onherstelbare gezondheidsschade leidt, is niet onderbouwd.
De verklaring van de huisarts, die het belang van sociale contacten benadrukt, verandert hier niets aan omdat ook wordt gewezen op het belang van beweging. De Raad concludeert dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor een scootmobiel is terecht afgewezen wegens het ontbreken van een medische noodzaak.