ECLI:NL:CRVB:2021:3274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaam gescheiden leven voor AOW-pensioen na onderzoek Svb
Appellant ontving sinds 2012 een AOW-pensioen voor ongehuwden omdat hij aangaf duurzaam gescheiden te leven van zijn echtgenote sinds 2007. Naar aanleiding van een steekproefsgewijs onderzoek van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) in 2018 werd geconcludeerd dat zij niet duurzaam gescheiden leefden, waarna het pensioen werd aangepast naar gehuwdenpensioen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de feitelijke omstandigheden, zoals gezamenlijk eigendom van woningen, gezamenlijke hypotheekfinanciering en een testamentaire begunstiging, niet overeenkomen met duurzaam gescheiden leven. Appellant voerde aan dat hij en zijn echtgenote apart wonen en dat hij geen hypotheeklasten betaalt, maar deze argumenten werden verworpen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de feiten onvoldoende aantonen dat appellant en zijn echtgenote een duurzaam gescheiden leven leiden. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezeggingen van de Svb konden worden aangetoond.
De Raad concludeerde dat appellant en zijn echtgenote financieel en juridisch nog steeds nauw verbonden zijn, wat het criterium van duurzaam gescheiden leven niet vervult. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd dan ook bevestigd.
Uitkomst: Appellant leeft niet duurzaam gescheiden van zijn echtgenote en heeft recht op een gehuwdenpensioen.