ECLI:NL:CRVB:2021:3280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens ontbreken noodzakelijkheid verhuizing
In deze zaak ging het om de afwijzing van een aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van een verhuizing. Appellante had verzocht om bijstand omdat zij woonde in een kleine studio in een drukke buurt, wat volgens haar leidde tot burn-outklachten, slapeloosheid en alcoholproblematiek. Ter onderbouwing overlegde zij een verklaring van haar huisarts waarin een borderline stoornis, trauma, depressieve episode en alcoholmisbruik werden vermeld, en waarin werd gesteld dat zij gebaat zou zijn bij een rustige woonomgeving.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante niet voldoende aannemelijk had gemaakt dat de verhuizing noodzakelijk was. De verklaring van de huisarts gaf geen inzicht in de feitelijke woonsituatie of de gevolgen daarvan, zodat niet kon worden vastgesteld dat de omstandigheden zodanig waren dat verhuizen noodzakelijk was.
De Raad verwees voor het toetsingskader naar een eerdere uitspraak en concludeerde dat het beroep op bijzondere bijstand niet slaagde. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant werd bevestigd en er werd geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor verhuiskosten wordt afgewezen wegens ontbreken van aannemelijkheid van noodzakelijkheid van de verhuizing.