ECLI:NL:CRVB:2021:447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens niet-noodzakelijke verhuizing
Betrokkene diende op 2 juli 2018 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor kosten van woninginrichting. Het dagelijks bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom wees deze aanvraag af omdat de verhuizing niet noodzakelijk werd geacht.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep ongegrond, maar oordeelde dat de afwijzing niet op juiste gronden was gebaseerd en paste artikel 6:22 van Pro de Awb toe, waardoor het dagelijks bestuur werd veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
In hoger beroep stelde het dagelijks bestuur dat de rechtbank onterecht artikel 6:22 Awb Pro had toegepast en dat de afwijzing terecht was omdat de verhuizing niet noodzakelijk was. De Raad nam dit oordeel als vaststaand aan omdat betrokkene zich hiertegen niet had verzet.
De Raad concludeerde dat de kosten van woninginrichting niet noodzakelijk zijn zonder noodzakelijke verhuizing en vernietigde de kostenveroordeling van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling ten laste van het dagelijks bestuur.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de kostenveroordeling en bevestigt dat de afwijzing van bijzondere bijstand terecht is wegens niet-noodzakelijke verhuizing.