ECLI:NL:CRVB:2021:3343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens gebruik van harddrugs door militair tijdens opleiding
Appellante was sinds mei 2018 militair en volgde een initiële militaire opleiding. In juli 2018 gebruikte zij cocaïne samen met collega’s tijdens een uitgaansnacht, wat zij schriftelijk heeft verklaard. De commandant schorste haar met gedeeltelijke inhouding van inkomsten en de minister verleende haar ontslag wegens wangedrag op grond van het gebruik van harddrugs.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond. Zij achtte het gebruik van harddrugs als toerekenbaar wangedrag en vond het ontslag niet onevenredig. Appellante was op de hoogte van het drugsbeleid en had een actievere rol dan collega’s die minder zwaar werden gestraft.
In hoger beroep voerde appellante aan geen drugs te hebben gebruikt, maar de Raad verwierp dit op basis van haar eigen eerste verklaring en die van vier collega’s. De Raad vond geen aanleiding voor een urinetest en bevestigde het oordeel dat het ontslag proportioneel was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens gebruik van harddrugs wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.