ECLI:NL:CRVB:2021:40
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na beoordeling medische beperkingen en verdiencapaciteit
Appellant was werkzaam als onderhoudsmonteur en werd na beëindiging van zijn dienstverband ziekgemeld en kreeg een Ziektewet-uitkering toegekend. Na een eerstejaars beoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast en werd berekend dat appellant nog 96,27% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Het UWV beëindigde daarom zijn uitkering per 28 oktober 2016. Appellant maakte bezwaar en bracht een psychiatrisch rapport in dat meer beperkingen stelde.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke psychiater die concludeerde dat appellant een autismespectrumstoornis en bijkomende diagnoses heeft, maar dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 20 maart 2017 adequaat zijn. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het deskundigenrapport onvoldoende inzichtelijk was en dat de beperkingen niet volledig waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank het deskundigenoordeel terecht volgde omdat het rapport zorgvuldig, inzichtelijk en consistent was. De Raad stelde vast dat de klachten van appellant in de FML voldoende waren verwerkt en dat de psychiatrische deskundigen geen extra beperkingen aanmerkten. De Raad bevestigde dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies en dat de uitkering terecht is beëindigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewet-uitkering terecht is beëindigd per 28 oktober 2016.