ECLI:NL:CRVB:2021:404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende financiële gegevens en onduidelijke situatie
Appellant was enig beherend vennoot en directeur/grootaandeelhouder van twee vennootschappen die in 2017 werden opgeheven. Hij vroeg in januari 2018 bijstand aan, maar weigerde herhaaldelijk gevraagde financiële gegevens van de vennootschappen te overleggen. Het dagelijks bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn financiële situatie in de relevante periode en dat het niet overleggen van winst- en verliesrekeningen en omzetbelastingaangiften essentieel was om het recht op bijstand te kunnen beoordelen.
Appellant voerde aan dat de administratie verloren was gegaan door een ontruiming van een hennepplantage en dat zijn hersenafwijking hem belemmerde, maar deze argumenten werden verworpen. De Raad stelde dat appellant als bestuurder verantwoordelijk was voor de administratie en dat zijn gezondheidsklachten niet zodanig ernstig waren dat hij niet kon voldoen aan zijn verplichtingen.
Daarmee kon niet worden vastgesteld dat appellant in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde, en het hoger beroep werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende financiële gegevens en onvoldoende aannemelijkheid van bijstandbehoefte.