ECLI:NL:CRVB:2021:434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering ontheffing sollicitatieplicht langer dan een jaar ondanks gezinshereniging
Appellante, een bijstandsgerechtigde, had een ontheffing van de sollicitatieverplichting ontvangen voor telkens een jaar. Na afloop van de laatste ontheffing vroeg zij een verlenging van minimaal drie jaar, mede vanwege haar wens tot gezinshereniging met haar echtgenoot.
Het college verleende echter slechts een ontheffing voor een jaar, gebaseerd op een vaste gedragslijn die slechts in uitzonderlijke medische situaties een langere ontheffing toestaat. Deze lijn werd ondersteund door een rapportage van een verzekeringsarts van het UWV, die na zorgvuldige beoordeling concludeerde dat appellante niet belastbaar was voor arbeid voor zeker een jaar, maar dat de prognose onzeker bleef.
Appellante voerde aan dat het college nader onderzoek had moeten verrichten en dat het belang van gezinshereniging een bijzondere omstandigheid vormde. De Raad oordeelde dat het college zich terecht op de rapportage heeft gebaseerd en dat het belang van gezinshereniging geen primair belang is waarvoor de ontheffingsbevoegdheid is ingesteld.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een langere ontheffing dan één jaar en geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het college terecht een ontheffing van de sollicitatieplicht voor maximaal een jaar verleent en wijst het hoger beroep af.