ECLI:NL:CRVB:2021:449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stopzetting PAS-regeling bij langdurige ziekte van ambtenaar
Betrokkene, werkzaam bij het Ministerie van Financiën, verzocht om stopzetting van de PAS-regeling wegens langdurige ziekte. De staatssecretaris wees dit af op grond van het ARAR en eerdere jurisprudentie, stellende dat ziekte geen reden is voor stopzetting.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de PAS-regeling moest worden stopgezet. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de PAS-regeling doorloopt bij ziekte en niet tussentijds kan worden stopgezet. Er is geen direct onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte, omdat de regeling voor alle zieke werknemers geldt. Eventueel indirect onderscheid is objectief gerechtvaardigd vanwege het doel van de regeling.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de staatssecretaris gegrond, waarmee de stopzetting van de PAS-regeling wegens ziekte niet is toegestaan.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep van de staatssecretaris gegrond en wijst het verzoek tot stopzetting van de PAS-regeling wegens ziekte af.