ECLI:NL:CRVB:2021:456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking ZW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig medewerker showroom, meldde zich ziek met Complex Regionaal Pijn Syndroom en hartritmestoornissen. Het UWV stelde vast dat hij met beperkingen nog 86,28% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en trok daarom zijn Ziektewetuitkering in. Appellant voerde bezwaar en beroep aan met medische rapporten die een ernstiger beperking stelden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische conclusies van verzekeringsartsen die voldoende rekening hielden met de beperkingen, waaronder een beperking in nachtwerk. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn pijn en vermoeidheid een verdere urenbeperking rechtvaardigden, maar kon dit niet met nieuwe medische gegevens onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de eerdere medische beoordelingen zorgvuldig en uitgebreid waren en dat het hoger beroep geen nieuwe gronden bood om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en de intrekking van de ZW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.