ECLI:NL:CRVB:2021:495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag AIO-aanvulling wegens overschrijding vermogensgrens en eigendom woning in buitenland
Appellante vroeg op 19 februari 2017 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) aan, welke door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) op 18 oktober 2017 werd afgewezen vanwege overschrijding van de vermogensgrens. De woning in Bulgarije, met een waarde van €8.699,46 na aftrek van schuld, werd meegeteld bij het vermogen, waardoor geen recht op AIO-aanvulling bestond.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de periode van beoordeling liep tot het besluit van 18 oktober 2017. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de periode verlengd moest worden tot 31 juli 2018, omdat zij pas toen een nieuwe aanvraag indiende en zij door een medewerker van de Svb verkeerd geïnformeerd was over het moment van indienen. De Raad verwierp dit omdat de beoordeling zich beperkt tot de periode van aanvraag tot besluit.
Verder stelde appellante dat haar zoon economisch eigenaar was van de woning tot de overdracht op 17 januari 2018, waardoor de woning niet tot haar vermogen behoorde. Dit werd niet aannemelijk gemaakt en daarom verworpen. Ook het betoog dat er op het vermogen zou zijn ingeteerd om onder de vermogensgrens te komen faalde, omdat de wet geen ruimte laat voor een fictieve benadering van het vermogen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de AIO-aanvulling wordt bevestigd.