ECLI:NL:CRVB:2021:546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- H. Lagas
- A.T. Marseille
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens toerekenbaar plichtsverzuim ambtenaar Belastingdienst
Appellant was sinds 1981 werkzaam bij de Belastingdienst en werd ontslagen wegens plichtsverzuim. Uit onderzoek bleek dat hij vijfmaal zonder zakelijke reden belastingdienstsystemen had geraadpleegd en betrokken was bij het ambtshalve verminderen van de aanslag IB/PV 2015 van zijn zoon, zonder daartoe bevoegd te zijn. Daarnaast gebruikte hij interne informatie om zijn zoon en mogelijk dochter te informeren.
Na interne controle en schorsing legde de minister hem ontslag op grond van het Algemeen Rijksambtenarenreglement op. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het plichtsverzuim toerekenbaar was en het ontslag niet onevenredig.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn verweren, maar de Raad volgde de rechtbank en voegde toe dat het onbevoegd raadplegen van systemen strikt moet worden beoordeeld, ongeacht het gebruik van de informatie. De Raad achtte het ontslag passend gezien de ernst van de gedragingen, het schenden van integriteit en het vertrouwen van de werkgever.
De Raad wees ook het argument van appellant over een gedoogcultuur af wegens gebrek aan bewijs. De lange staat van dienst en persoonlijke gevolgen wogen onvoldoende tegen het ernstige plichtsverzuim. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens plichtsverzuim wordt bevestigd als niet onevenredig.