Appellant, met een autisme spectrumstoornis (ASS), had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewet-uitkering te beëindigen en de begeleidingsbehoefte onvoldoende vast te leggen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De Raad verwees naar eerdere uitspraken en deskundigenrapporten waaruit bleek dat de begeleiding van appellant nadere kwalitatieve eisen aan leidinggevenden en collega’s vereist, wat niet adequaat was verwerkt in de FML van 9 juni 2020. Het UWV had wel het woord 'enige' kennis verwijderd, maar dit voldeed niet aan de specifieke behoeften.
De Raad oordeelde dat de FML onvoldoende tegemoetkomt aan de begeleidingsbehoefte en dat er sprake is van werk onder beschutte omstandigheden. Daarom vernietigde de Raad het besluit van 15 juni 2020 en beval het UWV een nieuwe beslissing te nemen, waarbij alleen beroep bij de Raad mogelijk is.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het betaalde griffierecht.