Uitspraak
19 3902 PW
26 juli 2019, 19/1244 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en woonde samen met haar huisbaas en diens familieleden op hetzelfde adres. Het college van burgemeester en wethouders kende bijstand toe met toepassing van de kostendelersnorm, omdat er geen sprake was van een commerciële relatie tussen appellante en de huisbaas.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de kostendelersnorm onterecht werd toegepast, omdat zij wel een commerciële huurrelatie met de huisbaas beoogde, maar door omstandigheden niet kon voldoen aan de huurovereenkomst. De Raad oordeelde dat de feitelijke situatie leidend is en dat er geen zuivere commerciële relatie bestond in de beoordelingsperiode.
De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank. De kostendelersnorm werd dus terecht toegepast, waardoor de bijstand werd berekend met inachtneming van het aantal kostendelende medebewoners.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de kostendelersnorm terecht is toegepast bij de toekenning van bijstand.