Uitspraak
19 3471 ZW
PROCESVERLOOP
mr. Reith verschenen. Het Uwv heeft zich door middel van videobellen laten vertegenwoordigen door mr. K. Ait Moha.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als medewerker horecabediening en meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het Uwv kende hem een Ziektewet-uitkering toe, maar beëindigde deze na een eerstejaars beoordeling omdat hij naar oordeel van het Uwv meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen in andere functies.
In bezwaar en beroep werd geconcludeerd dat de beperkingen van appellant zorgvuldig waren vastgesteld en dat er geen medische basis was voor een urenbeperking of aanvullende beperkingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een deskundige af.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en overhandigde nieuw medisch bewijs van het CVS/ME Centrum, maar dit betrof een latere periode dan de datum in geschil. De Raad volgde de rechtbank en het Uwv in de beoordeling dat de medische en arbeidskundige onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat appellant voldoende belastbaar bleef.
De Raad oordeelde dat de nieuwe medische informatie buiten beschouwing moest blijven en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor het heroverwegen van de maatman of het benoemen van een deskundige. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.