Uitspraak
19.3052 WAO
OVERWEGINGEN
28 december 2017 gegevens in te zenden, opnieuw met de vermelding dat anders de aanvraag niet verder in behandeling kan worden genomen.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds 2004 een WAO-uitkering die in 2011 werd ingetrokken wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Na een melding van verslechtering in 2017 verzocht zij om een Amber-herbeoordeling, die door het UWV buiten behandeling werd gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van gegevens. Na bezwaar stelde het UWV alsnog een inhoudelijke beoordeling vast waarbij geen recht op hernieuwde WAO-uitkering werd toegekend, wat in rechte standhield.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel tijdig stukken had verzonden en dat het procesbelang lag in de ingangsdatum van de uitkering. De Raad oordeelde echter dat het procesbelang was komen te vervallen omdat de inhoudelijke beoordeling reeds definitief was vastgesteld in het besluit van 6 juni 2019. Een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor ontvankelijkheid.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door J.S. van der Kolk op 17 maart 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een procesbelang.