Uitspraak
17.4424 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
L.R. Kokhuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2021.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als verzorgende en meldde zich ziek met buik- en vermoeidheidsklachten. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidskundige rapporten vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde haar Ziektewetuitkering. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep, waarbij verschillende deskundigen rapporten over de mate van haar beperkingen uitbrachten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het rapport van de onafhankelijke deskundige niet heeft gevolgd. Deze deskundige stelde een strengere urenbeperking vast en concludeerde dat de aan appellante voorgehouden functies niet passend zijn.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuwe beslissing te nemen. Tevens kent de Raad appellante een schadevergoeding toe van €2.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn, omdat de procedure langer dan vier jaar duurde. Daarnaast worden proceskosten aan appellante toegekend en het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt vernietigd en appellante krijgt een schadevergoeding van €2.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.